Haver

Haver is een graansoort, die reeds sinds 7000 v.Chr. geteeld wordt. De haverkorrels zijn lang, smal, gegroefd en bleekgrijs van kleur. Haver kan in koek, havermout en ontbijtgranen verwerkt zijn, maar ook in brood.

Oorsprong

Haver komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en Zuidwest-Azië en is ontstaan uit de wilde haver. Tot in de Late Middeleeuwen was haver in Nederland op de zandgronden een belangrijk gewas. Haver werd toen geteeld voor zowel menselijke consumptie (haverkoeken, haverbrij en haversoep) als voor veevoer. Ook was haver het belangrijkste graan voor de bierbrouwerij. Pas later is de haver in de bierbrouwerij verdrongen door brouwgerst.

Teelt en oogst

Haver kan tot de tweede week van april nog gezaaid worden met een rijafstand van 22-25 cm. De oogst op zandgrond valt vanaf 20 juli tot 20 augustus en op kleigrond vanaf begin augustus tot 25 augustus. De teelt in Nederland vindt voornamelijk plaats op zand- en dalgrond. Haver is voedzaam en kan helpen bij het terugdringen van chronische ziekten waar de westerse maatschappij steeds meer mee te kampen heeft, zoals hart- en vaatziekten, diabetes, obesitas en darmkanker. Haver houdt de darmflora bij mens en dier in goede balans en versterkt mede daardoor het immuunsysteem.

Voedingswaarden haver (mout)